Soortprofiel Baars

BAARS (Perca fluviatilis)

Leefomgeving
De baars is een algemene vissoort die in vele
stilstaande of langzaam stromende wateren
voorkomt. Hij leeft en jaagt in scholen, die in de
regel uit individuen van gelijke grootte bestaan.
Deze scholen bestaan meestal uit ongeveer 50
tot 200 exemplaren, maar ook veel grotere
scholen zijn wel waargenomen. Hieruit blijkt de
voorkeur van de baars voor ruim water, zoals
meren, plassen, kanalen en rivieren.
Toch komt de baars ook in kleinere wateren
voor. Snelstromend water wordt echter
gemeden. Omdat de baars op het zicht jaagt,
dient het water helder te zijn. Open water is
favoriet, maar vooral jonge baars houdt zich
graag tussen de waterplanten in de oeverzone
op.

Voortplanting
De paaitijd valt in de maanden maart, april en
mei, bij een watertemperatuur van meer dan 8
°C. Vooral ondergelopen gebieden, waar de
temperatuur in het ondiepe water snel kan
stijgen, zijn geliefd als paaiplaats, maar ook tal
van andere ondiepe plekken zijn geschikt.
De eieren worden in snoeren afgezet op
ondergelopen vegetatie, waterplanten, boomwortels,
takken en stenen en zelfs op een
schone zandbodem.

Voedsel
De jonge baars leeft voornamelijk van dierlijk
plankton. Later worden hier ook andere
ongewervelde dieren, zoals aasgarnalen en
vlokreeften, aan toegevoegd.
Wanneer de baars een lengte van meer dan 10
cm heeft bereikt, gaat vis(broed) in toenemende
mate deel uitmaken van het voedselpakket.
Baars heeft een grote voorkeur voor spiering en
kleinere soortgenoten.

Groei en leeftijd
De groei in het eerste jaar bedraagt 6 tot 8 cm.
De mannetjes zijn na 2 jaar geslachtsrijp, bij een
lengte van 15 cm; vrouwtjes een jaar later, bij
een lengte van 20 cm. De maximale lengte is 50
cm. In het IJsselmeer wordt de baars niet ouder
dan 6 jaar.
De Vissoorten van Nederland