Soortprofiel Brasem
BRASEM (Abramis brama)
Leefomgeving
De brasem is een zeer algemene vissoort in het Nederlandse binnenwater, die zowel in zoet als
in brak water voorkomt. Oorspronkelijk is de brasem een bewoner van stilstaande wateren,
zoals meren en plassen en van traag stromende, heldere benedenrivieren.
Eutrofiëring (vermesting) van het binnenwater heeft ertoe geleid dat de brasemstand sterk is
toegenomen. De brasem is tegenwoordig de meest karakteristieke vis voor onze (zeer)
voedselrijke wateren met weinig waterplanten en een overmatige algengroei. De brasem wordt
echter ook aangetroffen in helder, plantenrijk water. Hier vinden we meestal kleinere
populaties, die vooral bestaan uit goed groeiende en relatief veel grote exemplaren.
Het optimale leefgebied van de brasem kenmerkt zich door afwisseling tussen ruim,
open water waarin de brasem in scholen naar voedsel zoekt en ondiepe, begroeide
oeverzones, waar de paai- en opgroeigebieden zich bevinden.
Voortplanting
In de paaitijd, die loopt van eind april tot midden juni, gaat de brasem op zoek naar geschikte
paaiplaatsen. De eieren worden bij voorkeur afgezet op ondergedoken waterplanten of oeverplanten,
maar bij afwezigheid daarvan worden ook boomwortels, stenen en andere obstakels,
zoals houten paaltjes, autobanden en oude fietsen, als afzetsubstraat gebruikt. De brasem
is daarom niet gebonden aan de aanwezigheid van waterplanten. Al na enkele dagen vormen
de larven scholen in het ondiepe water.
Voedsel
Brasemlarven voeden zich in eerste instantie hoofdzakelijk met dierlijk plankton. Wanneer zij
een lengte van ongeveer 2 cm hebben bereikt, komen ook kleine muggenlarven in het dieet
voor. Brasem heeft een voorkeur voor bodemvoedsel, zoals larven van muggen en
andere insecten, wormpjes, slakken en mosseltjes. Bij een gebrek aan bodemorganismen
kan de brasem overschakelen op een dieet van zoöplankton en plantaardig
materiaal. Dankzij een geraffineerd zeefsysteem, gevormd door kieuwboog met
aanhangsels, is de brasem beter dan andere vissoorten in staat om watervlooien en andere
kleine organismen als voedselbron te benutten.
Groei en leeftijd
De groei van de brasem is onder andere afhankelijk van de watertemperatuur en het
voedselaanbod. Een slechte groei treedt op als de dichtheden (aantallen brasems per hectare)
erg hoog worden en daarmee sterke voedselconcurrentie optreedt. Onder optimale
omstandigheden (veel voedsel, weinig concurrentie) kan brasem zeer snel groeien.
In het eerste jaar is de groeisnelheid in Nederland gemiddeld 5 tot 7 cm. Bij een goede
groei bereikt de tweejarige brasem een lengte van 12 cm en wordt een lengte van 40 cm na 8
jaar gehaald. De brasem is na 6 tot 7 jaar geslachtsrijp. De maximale lengte is 80 cm bij
een gewicht van ongeveer 10 kg. De maximale leeftijd is ca. 15 jaar.